Terug tot de orde van de dag.
De laatste nacht in Nelson zit er op en om 15u komt de Stray bus ons ophalen, dat gaat toch pijn doen.
Na de Abel Tasman track hadden we maar anderhalve dag in Nelson om even adem te halen voor we terug in het diepe doken.
Maandagochtend om 20 na 6 stond onze shuttlebus al voor de deur om ons naar het begin van de Heaphy track te brengen. Deze track is met zijn 78,4km de langste van de zogeheten “Great Walks” en duurt 4 tot 6 dagen om uit te wandelen. We hadden de hutten al lang op voorhand geboekt, geen campings deze keer, en terecht want “je kan de Heaphy niet doen zonder minstens 1 dag regen te hebben gehad”. Een waarheid als een koe, zo zou blijken.
Om 11u waren we ter plaatse. Beetje druilerig weer maar wel warm, dus zweten als een paard! Dag 1 was goed voor 17,5km , voornamelijk stijgen. Hier kwam wat klauterwerk aan te pas. Dat eerste deel was heel veeleisend door de vele losse stenen op het pad, we hebben dat stuk dan ook de “enkelbreker steenweg” gedoopt (er wordt wat afgezeverd op zo’n tracks, dat maakt het nog leuker
). Na een uur of 4/5 was onze eerste hut, de Perry Saddle, in zicht. Gezellige boel daar, maar wel druk. Elke ‘bunk’ was bezet. Er waren twee slaapvertrekken, met telkens zo’n 12 matrassen (de plastieken soort), en je ligt gewoon met z’n allen op een rijtje.
We hielden ons hart vast voor snurkers, want zo te zien lag de gemiddelde leeftijd hier dik boven de 40
. Er was een groep van “Bush & Beyond”, die een begeleide tocht deden. Allemaal Kiwi’s die eens een ander stukje van hun land wilden zien. Toen ze hoorden wat wij al allemaal gezien en gedaan hadden, kon niemand aan ons tippen, haha!
Tussendoor even iets over het fenomeen “Giardia“. Een bacterie waar je altijd voor gewaarschuwd wordt als je gaat hiken. Kan voorkomen in water (vandaar dat er altijd gezegd wordt dat je drinkwater best behandelt of minstens 3 minuten kookt voor de zekerheid). Je kan het ook opdoen door slechte hygiene of slecht gekookt voedsel.
In het infoboekje van de DOC staat letterlijk (en dit wou ik jullie toch niet onthouden): “Signs and symptoms are: explosive foul smelling diarrhoa, stomach cramps, bloating, dehydration, nausea and weight loss.” En het vliegend schijt kan je wel missen als je zo in de middle of nowhere zit!
Maaar het goede nieuws is dat er in de waterlopen aan de Heaphy Track nog nooit Giardia gesignaleerd is, en dat het dus volkomen veilig was om het water daar van de kraan te drinken; en ook gewoon van de watervalletjes die je tegenkomt, heerlijk!
Dag 2 begon met wat regen. Miezer eerder. ‘t was ook redelijk koud want we zaten op 900m hoogte. Een laagje meer aangedaan en na 12,4km waren we aan de Saxon Hut. Een heel mooi, open stuk met mooie uitzichten over de “downs”. Daarna een stuk door het prachtige “enchanted forest” dat net uit een sprookjesboek leek te komen.
Dag 3 was het kortste stukje van heel het traject, maar 11,8km tot aan de James Mackay Hut. Dat kwam goed uit, want hoewel het eerste stukje chill en droog was, hebben we daarna de toorn van de Heaphy goden over ons heen gekregen!
Ongeveer in de helft van dat stuk, steek je de grens over van het Tasman District naar het Buller District (de Westkust dus, en die staat bekend om regen). We hebben nog een paar leuke, droge foto’s getrokken aan dat plaatsbord met de pijlen, en nog geen 10 minuten later kregen we dus de volle laag!
Ik kan het niet goed verklaren, maar het heeft wel iets, wandelen in de gietende regen. Het heeft iets van een extra dimensie, en als je toch goed voorzien bent van regenhoezen en ander goed, dan trek je je eigenlijk niets aan van al die nattigheid.
<<Some people take a walk in the rain, others just get wet>>
Wijze woorden uit 1 van de gastenboeken in de hut. Daar deden we lekker de kachel aan, hingen ons natte spullen te drogen, maakten een soepke en een theeke, en hebben de rest van de namiddag liggen cocoonen tot het donker werd. (For the record, zo’n hut is gewoon 4 muren en een dak, elektriciteit is er niet, enkel stromend water, dus als het donker wordt, ga je gewoon slapen, zeer simpel).
Die nacht heeft het nog gegoten dat het niet meer normaal was. Het lawaai van de drasch was soms oorverdovend. Kampeerders hadden in dit geval echt ongelijk. Midden in de nacht, toen het droog was, ging ik even naar buiten naar het toilet en kon nog genieten van die frisse stilte na de storm. Even later terug in de hut, hoorde ik toch wel een kiwi zeker! De hut ranger had ons al verteld dat je hier ‘s nachts soms de kiwi vogeltjes kan horen, maar ik had niet gedacht dat we’t ook echt zouden meemaken! Een griezelig, schril geluid. Het moet een “great spotted kiwi” geweest zijn, een mannetje volgens de beschrijving van de ranger. We hebben het beestje jammer genoeg niet kunnen zien, maar ‘t was toch wel indrukwekkend.
Dag 4 was een zware van 20,5km naar de laatste hut, de Heaphy Hut. De eerste 3u was 1 en al bergaf naar de Lewis Hut. Van toen af zaten we nog maar iets boven zeeniveau. ‘t was vrij zonnig en warm, en we merkten wel dat de sandflies ook hier weer paraat waren. De vorige dagen hadden we er niet veel last van gehad, maar aan de Lewis Hut waren ze massaal aanwezig. We hebben daar snel geluncht en zijn dan verdergetrokken naar de Heaphy Hut. Zo’n kwartier voor we daar aankwamen, kwam plots de zee in zicht, machtig! Na 4 dagen in het binnenland kwamen we nu uit op de kust, met alle prachtige beelden vandien. Aan de Heaphy hut mondt een rivier uit in de zee. De aanblik van beiden deed ons zin krijgen in een plonske en dat hebben we dan ook met veel plezier gedaan
! Ijskoud as usual, maar verkwikkend. En na 4 dagen zonder douche ben je blij dat je eens even “in bad” kan, al is het natuurlijk niet de bedoeling dat je je erin gaat wassen.
In de hut hing een briefje van de DOC ranger dat als je een dip ging doen in de rivier, “be sure to bring a friend to perform CPR when your heart stops”. Not ‘if’, ‘when’!
Haha, hartmassage was uiteindelijk niet nodig, maar ‘t was wel zo koud dat je brainfreeze kreeg als je even kopje onder ging. Na onze dip onmiddellijk terug naar de hut gecrost, niet omwille van de kou maar voor de sandflies. We hebben niet kunnen vermijden dat we weer een paar beten rijker zijn..
Ondertussen in de hut was ik de paar blaren die ik had op mijn kleine teentjes aan het bekijken, toen een vrouw van Bush & Beyond voorstelde om die op haar manier te verzorgen. Be my guest, graag, ik sta altijd open voor nieuwe dingen! En enkele minuten later liep ik rond met een katoenen koordje door mijn teen. Met naald en draad, gewoon los erdoor, vocht aflaten, en af en toe eens flossen
. Haha, ‘t was misschien ietwat onorthodox, maar ik moet zeggen dat het heel goed heeft gewerkt!
Dag 5 was nog een goeie 16,2 km tot aan Kohaihai, het eindpunt van de track. Prachtig weer, schitterende foto’s kunnen nemen aan de stranden. Wat hangbruggetjes onderweg waar je maar 1 per 1 over mag. Ik vind ze dolle pret, maar Evi vindt van niet
. Om half 12 deden we de laatste loodjes met de parking in zicht, en we kwamen gelijk onze chauffeur tegen, die ons terug naar Nelson ging brengen. Wat een meevaller! We hadden gevreesd dat we gingen moeten wachten tot 13u zoals afgesproken, maar CJ had er een tweedaagse van gemaakt en was met zijn vriendin blijven kamperen in Kohaihai, dus konden we meteen vertrekken.
Na een lange rit van bijna 6 uur waren we terug in Nelson, KAPOT! Een gelukkig weerzien, chocolate pudding, voetjes omhoog en bedje in!